Tuesday, April 1, 2008

Over Jocotán en Guatemala

Om Jocotán te vinden op de wereldkaart, moet je kijken naar het amerikaanse continent en dan meerbepaald naar het midden: Centraal-Amerika. Als je daar naar het land dat grenst aan de zuidkant van Mexico kijkt, zie je Guatemala. Zoek nu de zuidoostelijke grens met Honduras, daar vind je één van de 22 departementen van Guatemala, namelijk Chiquimula. Chiquimula heeft als hoofdplaats Chiquimula. Er zijn nog andere gemeenten (municipios) zoals Esquipulas (bekend als bedevaartsoord met de zwarte Christus (Cristo Negro)) en Ipala. Rechts van Chiquimula liggen respectievelijk San Juan Ermita, Jocotán en Camotán. Daarna zit je op de grens, op een boogscheut van de mayaruïnes in Copán. Zo, je hebt Jocotán gevonden en hebt zomaar eventjes een reis afgelegd van 200km vanuit de hoofdstad Guatemala. Je bevindt je nu pal in de streek van de Ch'orti'. Zij zijn één van de groepen die afstammen van de mayaindianen. Zij zijn overal te vinden in de bergen, hoe afgelegen je ook gaat. Het landschap is zeer bergachtig en er zijn veel rotsen, toch wordt elke mogelijk oppervlakte gebruik om gewassen te telen. Dit harde labeur gebeurt in een zeer warm klimaat dat enkel regen ziet tussen mei en oktober. De gemiddelde temperatuur is 32°C. Hoe hoger in de bergen, hoe draagbaarder natuurlijk. Beneden in de vallei is het echter zweten geblazen. In deze regio is het altijd warm, maar in de winter (december, januari) is er meer plantengroei omdat het dan draagbaar is en het regenseizoen net alles rijkelijk heeft bevloeid. April en mei bezorgen woestijntaferelen.

Jocotán is dus een gemeente met veel dorpen (aldeas) en gehuchten (caserríos, niet meer dan enkele verscholen huisjes die dichter bij elkaar liggen). De parochie Santiago Jocotán strekt zich over de drie municipios San Juan Ermita, Jocotán en Camotán uit en is dus immens groot. Er loopt één grote baan (carretera) door die geasfalteerd is en waar je toch 100km/u op kan halen, op bepaalde stukken dan. Natuurlijk moet je wel voorzichtig zijn voor de voetgangers op de baan en de drempels in San Juan Ermita (Je moet je snelheid daar reduceren tot 1km/u en dan nog doet het zeer). Als je één van de vele aardewegen neemt die van de carretera vertrekken, heb je in het overgrote deel al snel een 4x4 nodig. Meestal gaat de bouwstijl van de huisjes gepaard met de staat van de weg. Hier en daar moet je eens door rivier, lijkt het alsof je vertikaal omhoog moet of moet je een voetbalveldje dwarsen. Beneden in de stadjes heb je dus stenen huizen met echte dakpannen, sommige zelfs met drie verdiepingen. Dat verandert in de stad zelfs al naar huisjes met golfplaten daken. Wanneer je de bergen in gaat vind je, verscholen tussen allerlei gewassen, meer en meer lemen huisjes met aarden stenen. Dit worden dan hutjes zonder vloer en met palmen dak en dat gaat tot vier palen met wat palmbladeren op. De kleine stukken grond die ze hebben is geërfd van de familie en wordt op zijn beurt weer verdeeld onder de kinderen. Ze verbouwen er koffie en bonen, maar de voornaamste teelt is maïs, dat tegelijk ook een heilige betekenis heeft in de mayacultuur. Dit gewas heeft één oogst per jaar. Als het dus een slecht jaar is, dan kan je de gevolgen wel raden. In 2003 zijn in deze regio daardoor vele doden gevallen.

Gemiddeld krijgt een familie 6 kinderen, hierdoor is de geboorteaangroei (6%) één van de grootste van Latijns-Amerika. Helaas zijn er op de 1000 geboorten ook 60 geborenen die de volwassen leeftijd niet bereiken.

Ondervoeding is een prangend probleem. In Jocotán is er een recuperatiecentrum dat, wanneer de nood het hoogst is tussen juli en oktober, gemiddeld 260 sterkondervoede kinderen verzorgt. De meeste ziekten lijken voor ons makkelijk te voorkomen: diarree, wormen, huidziekten, problemen met de luchtwegen en oogontstekingen.

Een ander probleem is de lage werkgelegenheid. Er heerst een sterk rollenpatroon waarin de man op het veld gaat werken of in verre plantages en de vrouw het huishouden doet: water halen, opvang van de kinderen en eten brengen naar de man. Zeer veel mannen en jongens gaan ook illegaal naar de Verenigde Staten om daar werk te zoeken.

Doordat de schoolperiode samenvalt met de zaai- en oogstperiode gaan de kinderen niet vaak naar de school, zodat ze kunnen helpen op het veld. Vaak komen leraars ook gewoon niet opdagen. Niet allen door de gebrekkige educatie, maar ook door het ontbreken van hygiëne is er een groot probleem met de volksgezondheid. Een groot deel van de bevolking heeft geen WC en nog vaker is er geen drinkwater voorzien. Er bestaat ook geen systeem voor vuilnisafvoer. Het zit ook in de cultuur van de guatemalteken op al het vuil dat er is op de grond te gooien of te verbranden. Overal kom je brandjes en vuil tegen. In de municipios is de toestand vaak beter: in Camotán is er bijvoorbeeld drinkbaar water. Het is vooral in de verder afgelegen aldeas dat er een dieet bestaat van bonen en tortillas, dat er kinderen rondlopen zonder kleren, dat er geen drinkwater is en geen WC. Rond gezondheid en voeding lopen er ook een hele reeks overheidsacties en er is de hulp van de verschillende kerken.

Dit is natuurlijk slechts een beperkt overzicht van de streek die er vooral op gericht is een algemeen beeld te scheppen.

2 comments:

Anonymous said...

Dag Gerlindis en Ronny,

We hebben jullie verhaal een beetje gevolgd.
Wij zijn ondertussen al enkele maanden terug thuis.

Binnenkort zullen jullie ook terug mogen trachten te wennen aan de koud een de regen...

Groeten

Rosa en Jo Vervoort-Houtmeyers

Anonymous said...

Lees het hele blog, pretty good