Friday, December 28, 2007

Rio Dulce en Lívingston

De overgang naar het tweede deel van onze reis had veel weg van een typische roadmovie. We wachtten een tijdje op het hete asfalt aan het begin van de grindweg naar Finca Ixobel. Zware vrachtwagens bulderden voorbij en de zon kraakte ons lichaam. Iets later reed er een pullmanbus langs, dat zijn in tegenstelling tot de oude gele schoolbussen of chickenbussen van die blinkende metalen bussen uit dezelfde roadmovies van daarnet. Onze bagage kwam terecht naast een mand met kippen onderaan de bus (toch een chickenbus?) en wij kwamen terecht in een overvolle bus meteen veelheid aan geuren, kleuren en geluiden. De temperatuur was zinderend hoog en werd gelukkig verzacht door de binnenstromende wind langs alle open ramen. De geur van de kip en tortillas van de verkopers die op een gegeven moment opstapten, schakelden mijn verteringssysteem om in de verkeerde richting, maar alles bleef nog net binnen. We zijn daar wel enkele kilo's afgevallen van het zweten. Pullmanbussen stoppen ook eender waar langs de weg om mensen af te zetten of mee te nemen. De rit duurt dus drie uur in plaats van twee uur met een privébusje, maar de prijs is wel beter. De uitspraak 'belgen zijn een ziekte, je komt ze overal tegen op de wereld' kreeg weer wat meer kracht want op onze bus zat een belgisch koppel dat aan het rondreizen was. Ze kwamen zelfs uit Leuven!
Rio Dulce stad ligt op de plaats waar de carretera naar de Petén over de Rio Dulce gaat. Het
stadje is dan ook niet meer dan een transportstad met één grote, overvolle straat, hotels, restaurantjes, reisbureau's en vervoersbedrijven. Onze roadmovie was nog niet gedaan. Een drukkende hitte verwelkomde ons wanneer we van de bus stapten. Oliegeur, drukte en oorverdovende claxons van monstervrachtwagens.
We kozen snel een hoteletje uit onze rough guide en met de rugzak op de rug gingen we ernaartoe. Hiervoor moesten we over de grootste brug van Guatemala, een kleine kilometer lang, zeer hoog en het biedt je een prachtig zicht over de Rio Dulce. Een brede, ongelijke rivier met veel leven op het water. Allerlei soorten bootjes door elkaar: lancha's, jachten, toeristenboten, jetsky's,... Aan de kant overal huisjes, bars, hotels, tankstationnetjes die met poten in het water staan. En vlak daarnaast oerwoud. Dat we het hier over een prachtig zicht hebben, wordt te meer bewezen door de mannen die met hun polaroidfototoestel boven op de brug staan te wachten op voorbijgangers die dit zicht willen vereeuwigen met hun eigen gezicht erbij. Dit lijkt overigens op meerdere plaatsen in Guatemala een beroep te zijn. Ons hotelletje bevond zich aan de waterkant onder de zuidkant van de brug. Een echte buurt zoals een buurt hoort te zijn onder zo'n brug, een apart leventje. Je kon er zelfs voor Q20 avondeten, tot nu toe het diepterecord. Hotel backpakkers is prachtig gelegen, zijn opbrengst gaat naar een weeshuis iets verder en de service is topklasse, maar het gebouw zelf stelt niet veel voor. Vermits de kamers zijn geld niet waard waren, hebben we ons in de slaapzaal gelegd voor Q20 per nacht. Er zijn niet echt muren, maar daar hebben we geen last van gehad. Zelfs niet van de band die die avond speelde. We moeten wel heel moe geweest zijn.
Over het eten in het hotel gaan we niet te veel zeggen, want het zou toch maar wat negatief overkomen. Maar zaterdag werd onze Lívingston dag. Vermits we niet veel dagen meer hadden, moesten we dingen uitkiezen. We zouden toch geen tijd hebben om met de Garífuna te verbroederen, dansen of feesten dus besloten we met een lancha naar Lívingston te varen vanuit Rio Dulce stad, een tocht van een uur door de mooie rivier. Ik heb me nog nooit in zoveel films tegelijk voelen spelen. Het bootje zou ons ook eerst langs Castillo de San Felipe brengen, een spaans kasteel dat een poort tegen piraten vormde voor het achterliggende lago de Izabal. Hoewel deze stop duidelijk was afgesproken met de ronselaar (voor dezelfde prijs van Q100 wordt er normaal enkel rond het kasteel gevaren) hebben we toch onze overtuigingskracht en egoïsme tegenover de andere toeristen in de boot moeten uitspelen om het kasteel te bezoeken. Toerisme is een harde business lijkt me.
Castillo de San Felipe is een zeer schattig kasteeltje, lijkt op niks tegenover kastelen zoals wij ze kennen, maar ik zou er zelfs in kunnen wonen. Zeer sterk indruisend tegen ons beeld van een typisch kasteel zijn trouwens de omringende palmbomen. Na een half uur keerden we terug naar ons wachtende bootje dat daarna liet zien wat zijn motor zoal aankon. Met de voorsteven hoog in de lucht werd de lucht die we moesten inademen wegblazen voor onze neus. Het was duidelijk dat de bootsman vooral graag snel op zijn bestemming wilde zijn. Ons niet getreurd, de rit was lang genoeg. Prachtig hoe de mensen daar op het water leven. In boomstammen op het midden van de immense rivier halen ze hun visnetten op, om daarna met één roeispaan terug te keren naar hun hutjes in het prachtige oerwoud. Mooie dieren en bergen om de haverklap. Onderweg leek het even op een pretparkje à la walibi, wanneer de boot zeer traag door een kreek met mooie bloemen vaarde. Je kent het wel: bootjes met een dak op die aan een ketting in het water hangen en trager dan traag door het water voortbewegen. Alle bootjes passeerden hier op deze manier. Zo voelt het dus om toerist te zijn. Naar het einde toe werd de rivier wat smaller, het woud wat dichter, er kwam wat regen en zeer mooie watervogels werden gezien. Uiteindelijk kwamen we dan aan in Lívingston dat er vanop het water helemaal anders uitzag dan verwacht. Een zicht dat wat tegenvalt na het zien van Flores enkele dagen ervoor. Heel veel zwarte Garífuna zijn er ook al niet te zien, maar goed dat was toch niet waarvoor we kwamen. We wilden hier in dit, enkel langs water bereikbare, stadje iets eten en de siete altares bezoeken: de spaghetti bolognese in Happy Fish was overheerlijk en werd zelfs begeleid door een groepje schokkend dansende Garífunajongeren. De laatste boot naar het Puerto Barrios (vanwaar we terug naar Rio Dulce stad zouden gaan) vertrok om 17u, dus veel tijd hadden we niet. Het is ook alleen maar door het efficiënte guatemalteekse vervoer dat we dit bezoek nog konden doen. Hand uitsteken vanop je tafel bij de eerste de beste taxi en je hebt een rit: Q15 voor drie personen naar de hangbrug die je naar de siete altares brengt. Komen we in deze taxi toch geen Nederlander tegen, die dan nog eens de vader van Hendrika 'Hetty' Baak blijkt te zijn. Zij werkt op de belgische ambassade van centraal-amerika en we mailden haar al voor ons vertrek naar Guatemala om ons verblijf hier te melden. Je weet al welke uitspraak over de wereld er hier nu zou moeten volgen.
Na de hangbrug volgde er een wandeling van een dik half uur langs de kustlijn. Dit was nog het mooist van al. Palmbomen, af en toe een oerwoudhotelletje, een zeer dun strandje, warm zeewater,... De siete altares zelf vielen lichtelijk tegen omdat ze niet opkunnen tegen het geweldige Semuc Champey dat toch wat in dezelfde klasse thuishoort van natuurfenomen. Wel moeten we erbij zeggen dat het in het regenseizoen veel mooier is.
Om verder een lang verhaal kort te maken en een korte zin lang, zijn we efficiënt en zonder veel wachten terug in ons hotel geraakt op de volgende manier: wandeling naar hangbrug, taxi die klaarstond naar haventje (Q5 pp na aandringen), lancha naar Puerto Barrios (half uur voor Q30, officieel vervoer), wandeling naar busjes, minibusje naar La Ruidosa (kruispunt carretero del atlantico en carretera naar Petén, Q10 voor een dik uur) en nog een minibusje naar Rio Dulce stad voor dezelfde prijs en een dik halfuur.
Zondag moesten we om 12u 's middags aan het kantoor van Litegua staan om onze bus naar Antigua te nemen (Q95 voor luxebussen die je naar de andere kant van het land brengen) dus was het nogal spannend om het erop te wagen, maar vertrouwend op de efficiëntie van het openbaar vervoer zijn we toch naar Finca El Paraiso geweest. Weeral een groot domein met onder andere ook nog een strandje, hotel en restaurant. Maar wij kwamen voor de warmwaterwatervallen (maak er 'heet' van) die in de rough guide weeral te vinden zijn tussen de '32 things not to miss'. Een uur rijden op een grindweg en een mooie wandeling langs de rivier omhoog brengt je erbij. Een riviertje met koud water waar een mooie waterval in neerstort. Het hete water van de waterval mengt zich met het koude wat een mist geeft boven het water. We vonden er onder een overhellende rots onder de waterval onze eigen natuursauna. Het water was zelfs voor Gerlinde te heet maar met je lichaam in het koude rivierwater werd dat weer gemakkelijk gecompenseerd.

No comments: