De overgang naar het tweede deel van onze reis had veel weg van een typische roadmovie. We wachtten een tijdje op het hete asfalt aan het begin van de grindweg naar Finca Ixobel. Zware vrachtwagens bulderden voorbij en de zon kraakte ons lichaam. Iets later reed er een pullmanbus langs, dat zijn in tegenstelling tot de oude gele schoolbussen of chickenbussen van die blinkende metalen bussen uit dezelfde roadmovies van daarnet. Onze bagage kwam terecht naast een mand met kippen onderaan de bus (toch een chickenbus?) en wij kwamen terecht in een overvolle bus meteen veelheid aan geuren, kleuren en geluiden. De temperatuur was zinderend hoog en werd gelukkig verzacht door de binnenstromende wind langs alle open ramen. De geur van de kip en tortillas van de verkopers die op een gegeven moment opstapten, schakelden mijn verteringssysteem om in de verkeerde richting, maar alles bleef nog net binnen. We zijn daar wel enkele kilo's afgevallen van het zweten. Pullmanbussen stoppen ook eender waar langs de weg om mensen af te zetten of mee te nemen. De rit duurt dus drie uur in plaats van twee uur met een privébusje, maar de prijs is wel beter. De uitspraak 'belgen zijn een ziekte, je komt ze overal tegen op de wereld' kreeg weer wat meer kracht want op onze bus zat een belgisch koppel dat aan het rondreizen was. Ze kwamen zelfs uit Leuven!
Rio Dulce stad ligt op de plaats waar de carretera naar de Petén over de Rio Dulce gaat. Hetstadje is dan ook niet meer dan een transportstad met één grote, overvolle straat, hotels, restaurantjes, reisbureau's en vervoersbedrijven. Onze roadmovie was nog niet gedaan. Een drukkende hitte verwelkomde ons wanneer we van de bus stapten. Oliegeur, drukte en oorverdovende claxons van monstervrachtwagens.

We kozen snel een hoteletje uit onze rough guide en met de rugzak op de rug gingen we ernaartoe. Hiervoor moesten we over de grootste brug van Guatemala, een kleine kilometer lang, zeer hoog en het biedt je een prachtig zicht over de Rio Dulce. Een brede, ongelijke rivier met veel leven op het water. Allerlei soorten bootjes door elkaar: lancha's, jachten, toeristenboten, jetsky's,... Aan de kant overal huisjes, bars, hotels, tankstationnetjes die met poten in het water staan. En vlak daarnaast oerwoud. Dat we het hier over een prachtig zicht hebben, wordt te meer bewezen door de mannen die met hun polaroidfototoestel boven op de brug staan te wachten op voorbijgangers die dit zicht willen vereeuwigen met hun eigen gezicht erbij. Dit lijkt overigens op meerdere plaatsen in Guatemala een beroep te zijn. Ons hotelletje bevond zich aan de waterkant onder de zuidkant van de brug. Een echte buurt zoals een buurt hoort te zijn onder zo'n brug, een apart leventje. Je kon er zelfs voor Q20 avondeten, tot nu toe het diepterecord. Hotel backpakkers is prachtig gelegen, zijn opbrengst gaat naar een weeshuis iets verder en de service is topklasse, maar het gebouw zelf stelt niet veel voor. Vermits de kamers zijn geld niet waard waren, hebben we ons in de slaapzaal gelegd voor Q20 per nacht. Er zijn niet echt muren, maar daar hebben we geen last van gehad. Zelfs niet van de band die die avond speelde. We moeten wel heel moe geweest zijn.
Over het eten in het hotel gaan we niet te veel zeggen, want het zou toch maar wat negatief overkomen. Maar zaterdag werd onze Lívingston dag. Vermits we niet veel dagen meer hadden, moesten we dingen uitkiezen. We zouden toch geen tijd hebben om met de Garífuna te verbroederen, dansen of feesten dus besloten we met een lancha naar Lívingston te varen vanuit Rio Dulce stad, een tocht van een uur door de mooie rivier. Ik heb me nog nooit in zoveel films tegelijk voelen spelen. Het bootje zou ons ook eerst langs Castillo de San Felipe brengen, een spaans kasteel dat een poort tegen piraten vormde voor het achterliggende lago de Izabal. Hoewel deze stop duidelijk was afgesproken met de ronselaar (voor dezelfde prijs van Q100 wordt er normaal enkel rond het kasteel gevaren) hebben we toch onze overtuigingskracht en egoïsme tegenover de andere toeristen in de boot moeten uitspelen om het kasteel te bezoeken. Toerisme is een harde business lijkt me.
Na de hangbrug volgde er een wandeling van een dik half uur langs de kustlijn. Dit was nog het mooist van al. Palmbomen, af en toe een oerwoudhotelletje, een zeer dun strandje, warm zeewater,... De siete altares
Om verder een lang verhaal kort te maken en een korte zin lang, zijn we efficiënt en zonder veel wachten terug in ons hotel geraakt op de volgende manier: wandeling naar hangbrug, taxi die klaarstond naar haventje (Q5 pp na aandringen), lancha naar Puerto Barrios (half uur voor Q30, officieel vervoer), wandeling naar busjes, minibusje naar La Ruidosa (kruispunt carretero del atlantico en carretera naar Petén, Q10 voor een dik uur) en nog een minibusje naar Rio Dulce stad voor dezelfde prijs en een dik halfuur.


























